Jean-Luc Leguay, alias Heraclius, is een Frans Meester-Illuminator. Hij is een van de laatste acht beoefenaars van dit doorgegeven van meester op leerling, en dit volgens een traditie die teruggaat tot de achtste eeuw. Heraclius is de enige levende erfgenaam van de Italiaanse traditie.

De Vroege Jaren

Jean Luc Leguay is geboren op 27 november 1952 in Cannes (Frankrijk). Hij is de zoon van danseres Jeannine Gelati, beter bekend als Nina Djamar. Zijn vader, Joseph Lazzini, was een internationaal gerenommeerd choreograaf. Lazzini stond aan de wieg van het nationaal ballet van Marseille en stichtte het Théâtre Français de la Danse. Lazzini was een visionair modernist, en creëerde werken als E= mc2, Ecce homo, Illuminations, Cantadagio, La fille mal gardée en La troisième fenêtre.

Jean-Luc is 7 jaar wanneer zijn moeder trouwt met de man wiens naam hij als stiefzoon zal overnemen, Bob Leguay, Pionier van het na-oorlogse stripverhaal en geeestelijke vader van personages als King le Vengeur en Larry Kid, illustreerde Bob Leguay episodes van Tim L’Audace voor het maandblad Ardan, alsook Kit Carson en Buck John voor Artima.

Choreographer

Choreograaf

In 1970 wordt Jean-Luc Leuay aangesteld als danser in het ballet van Jean Zierrat in de opera van Nantes. Op zijn achttiende schrijft hij zijn eerste choreografie, Le Rêve (De Droom), op muziek van Béla Bartók. Daarna creëert hij een vijftigtal balletten voor vooraanstaande dansers en dansgezelschappen, waaronder Trahison, Le journal de Claire, Vision cosmique, Requiem, Elta, Allegro Appassionato, Première Symphonie, Le Mythe de Don Juan, Ortus, en Le chant de la terre van Gustav Mahler.

Zijn choreografieën werden uitgevoerd door o.m. de Opéra de Paris, het American Ballet, het London Festival Ballet, het Dennis Wayne New York Ballet, het Ballet Roland Petit, het Scala de Milan, het Ballet Maurice Béjart en het Colon van Buenos Aires.

In 1985 wordt Leguay benoemd tot directeur van het departement Dans van het Teatro Regio in Turijn. Onder zijn leiding wordt het dansgezelschap een van de meest vooraanstaande in Italië. Hij werkt er aan een nieuw repertoire, in samenwerking met verschillende choreografen en leraars (Oscar Araiz, Hans van Manem, Janine Charrat, Joseph Russillo, Alfonso Cata, Fernando Bujones, Gilbert Mayer), alsook gerenommeerde interpretatoren (Jean Guizerix, Fernando Bujones, Noëlla Pontois, Vladimir Klos, Vladimir Derevianko, Denis Wayne, Elisabeth Terabust, Birgitt Keil, Davide Bombana, Thierry Le Floch, Manuel Legris, Hélène Roux, Jean-Charles Gil). Hij organiseert tournees voor zijn dansgezelschap in Frankrijk, Italië en Duitsland, en realiseert zo’n 80 voorstellingen per seizoen.

Naast zijn eigen creaties en zijn functie als directeur, wordt Leguay artistiek consulent en medewerker van impresario Boris Traïline. Zo organiseert hij tournees voor de balletten van Antonio Gadès, van Stuttgart, van het Grand Théâtre de Genève, van Hamburg, van Basel, van Monte-Carlo, van de Opera van Belgrado en van het Harlem Ballet. Tevens programmeert hij voorstellingen voor diverse beroemde dansgezelschappen (Ballet van de Weense Opera, Nationaal Ballet van Australië) en internationale gala’s in grote Europese theaters en festivals (Verona, Wenen, Rome, Cagliari, Palermo, Triëste, Bari, Bologna, Turijn, Florence, Carcassonne, Arles, Cannes, Barcelona, Madrid, San Sébastian, Sévilla, Luxemburg, Genève, Amsterdam, Berlijn).

Jean-Luc Leguay heeft eveneens choreografieën geschreven voor opera’s zoals Aïda, la Traviata en La Damnation de Faust.

Illuminator

Illuminator

In 1980 wordt Leguay ingewijd in de kunst van de Illuminatie door een Franciscaanse monnik en kluizenaar in het zuiden van Italië. Hij besluit zijn carrière als choreograaf op te geven en de traditionele weg van de Meester-Illuminatoren te volgen. Gedurende tien jaar wijdt hij zich met een ascetische discipline aan zijn ambacht, tot hij door zijn Meester benoemd wordt tot Illuminator, onder de naam van Heraclius. Deze naam duidt de authenticiteit aan van zijn afstamming.

In 1990, na de dood van zijn Meester, blijft Leguay achter als laatste vertegenwoordiger van de Italiaanse school, en tegelijk de eerste leek die deze traditie sinds de achtste eeuw heeft voortgebracht.

Terug in Parijs illumineert hij werken voor een kleine groep van verzamelaars.

In 1994, ternauwernood aan de dood ontsnapt na een ongeluk, brengt hij zes maanden door in een revalidatiecentrum om zijn rechterarm opnieuw te leren gebruiken.

Bibliography

Als vertegenwoordiger van een eeuwenoud ambacht, besluit Leguay uiteindelijk de Weg van het Licht toegankelijk te maken voor een groter publiek. In 1997 voltooit hij de illuminaties voor Perceval le Gallois (Parceval de Galliër), geschreven door Chrétien de Troyes. Het werk wordt gepubliceerd bij uitgeverij Ipomée-Albin Michel, en verkoopt datzelfde jaar uit, waarna er een tweede druk volgt.

In november 1999 illumineert hij Le Livre de l’Apocalypse (de Openbaring van Johannes), gepubliceerd bij hetzelfde huis.

Na drie jaar werk volgt La Divine Comédie (De Goddelijke Komedie) van Dante, voorzien van 120 illuminaties. Het wordt verdeeld door Ipomée-Albin Michel, en in 2013 heruitgegeven door uitgeverij Dervy.

In 2008 wordt Le Rituel de Consecration (het Ritueel van de Consecratie) gepubliceerd, geheel geïllumineerd en gekalligrafeerd.

In 2010 verschijnt bij Dervy Le Mutus Liber initiation (de Mutus Liber initiatie): 64 volle pagina’s geïllumineerd, met tweetalig (Frans/Engels) voorwoord en commentaar.

In zijn autobiografie, Le Maître de Lumière (de Meester van het Licht), uitgegeven in 2004 bij Albin Michel, onthult Leguay de geheimen van het ambacht van de illuminatie, en bespreekt o.m. de nauwe banden tussen geometrie en metafysica.  Het boek wordt in 2009 herdrukt, in paperback.